Specialiseren of breed motorisch scholen?

 

Vaak is er discussie over wat beter is: Op jonge leeftijd (6 t/m 12 jaar) al specialiseren of toch liever breed motorisch scholen? Liever vroeg beginnen in die ene sport waar je kind later goed in wil worden of meerdere sporten tegelijk beoefenen waarbij plezier en bewegen centraal staan om vervolgens vanaf latere leeftijd te specialiseren in jouw doelsport?

Het voordeel van vroege specialisatie is dat je eerder je top bereikt (bijvoorbeeld: turnen, schoonspringen). Het nadeel hiervan is dat de kinderen vaak veel eentonige trainingen krijgen.
Dit kan ten koste kan gaan van het plezier en de intrinsieke motivatie. Vaak stopt het kind dan ook eerder met deze sport.

Bij later specialiseren bereik je over het algemeen pas later je top, maar als gevolg van de brede fysieke scholing raak je minder snel geblesseerd. Als een kind meerdere sporten of onderdelen van verschillende sporten beoefent blijft het langer aan de doelsport verbonden en is de kans groter dat het langer doorgaat met de uiteindelijke doelsport. Een bijkomend voordeel is uiteraard dat je van diverse andere sporten iets mee krijgt, waar je je voordeel mee kunt doen bij je uiteindelijke doelsport.

(scopo atletico).

 

Ik ben een voorstander van breed motorisch scholen van kinderen tussen 6 en 12 jaar.

Bij mijn trainingen maak ik veel gebruik van trainingsoefeningen van andere sporten. Allround ontwikkelen, variëren op fysiek en mentaal gebied en het vermogen om je aan te passen aan deze variatie samen met het plezier en het kunnen genieten van je trainingen maken je een betere atletische sporter.

Pijl      spiraal 2

Vroege specialisatie.                                            Breed motorisch.     

spiraal

Breed motorisch.

 

 

 

Coördinatietrainingen:

 

Kinderen spelen minder vaak buiten, krijgen minder gymnastiekles en hebben daardoor minder zgn. fysieke grondmotorische eigenschappen. Deze eigenschappen zijn: kracht, lenigheid, uithoudingsvermogen, snelheid en coördinatie. Aan de laatstgenoemde: coördinatie, besteden we bij mijn voetbalschool veel aandacht. Letterlijk is coördinatie het vermogen om bewegingsmogelijkheden van verschillende lichaamsdelen op een efficiënte manier te controleren.

 

Vaak doen we (veelal als warming – up) verschillende coördinatie oefeningen waarbij de grondmotorische vaardigheden geoefend worden, maar we stimuleren ook de andere coördinatievermogens die je helpen een betere beweger (sporter) te worden. Daarnaast worden deze verschillende coördinatievermogens ook getraind in de reguliere techniektrainingen. Ze zitten verscholen in de organisatievormen en in de oefenvormen met specifieke opdrachten.
We hebben het dan over de 7 coördinatievermogens: Oriëntatievermogen, Evenwichtsvermogen (balans) , Reactiesnelheid, Differentiatievermogen, Motorisch leren (wendbaar) , Koppelingsvermogen en Ritmegevoel.

        web                                        

       

  1. Oriëntatievermogen:

Positie van het lichaam en de ledematen in ruimte, tijd t.o.v. medespelers of objecten.

 

  1. Evenwichtvermogen:

Statisch:          behouden en herstellen van het evenwicht.

Dynamisch:     tijdens bewegingen in de sport. (dit is afhankelijk van de informatie uit de evenwichtsapparaten (horen, zien en proprioceptie) (proprioceptie is het vermogen van een organisme om de positie van het eigen lichaam en lichaamsdelen waar te nemen).

 

  1. Reactievermogen:

Zo snel mogelijk reageren op signalen,

  1. gesloten signalen, auditief: stem, fluit, visueel: kleur, hand opsteken, tastbaar: aanraken.
  2. open signalen, dieptepass – positie van de bal, omschakeling – positie van de
    medespelers, of de tegenstanders.

 

  1. Differentiatievermogen:

Deelbewegingen kunnen aanpassen binnen een totale vaardigheid. Vaak gaat het dan over subtiele aanpassingen. Bijv. schoolzwemslag, een bal schieten naar elkaar of gelijktijdig een bal werpen en vangen.

 

  1. Motorisch wendbaar:

Bewegingsuitvoering snel en accuraat kunnen corrigeren.

 

  1. Koppelingsvermogen:

Het vermogen om deelbewegingen en enkelvoudige bewegingen optimaal af te wisselen, in elkaar te laten vloeien, of tegelijk uit te voeren. Dit is een belangrijk aspect in de Wiel Coërver Methode.

 

  1. Ritmegevoel, vermogen (timing).

Ritme ontdekken, houden (muziek), aanloop van…, frequentie van …

 

De oefeningen waarbij de coördinatievermogens getraind worden komen bij onze voetbalschool o.a. aan de orde tijdens: tikspelletjes, balans oefeningen, voetballen met tennisballen, judo oefeningen, touwtjespringen, oog-hand en oog-voet coördinatie, versnellen en afremmen, duw en trek spelletjes, loopladders, horden, sprongoefeningen etc.

 

We maken hierbij veel gebruik van de ASM “ATHLETIC SKILLS MODEL” methode van René Wormhoudt. Het ASM heeft als speerpunt het ontwikkelen van het atletisch vermogen van de kinderen waarbij het aanpassingsvermogen centraal staat. Dit kan volgens het ASM alleen optimaal als de kinderen zich veelzijdig en gestructureerd ontwikkelen op het gebied van alle ‘Basic Movement Skills’ en uitgebreid in aanraking komen met alle vormen van coördinatie.

 

  

Foto’s

  • romanovoetbalschool3
  • romanovoetbalschool2
  • romanovoetbalschool1

Archief

Visit Us On FacebookVisit Us On TwitterVisit Us On Youtube