Mentale trainingen/coachen/begeleiden.

Zeker bij de persoonlijke trainingen, maar ook steeds meer bij de voetbalschool en de voetbalclubs maak ik gebruik van “zelfregulatie in de sportpraktijk”. Bij zelfregulatie gaat het om het aanleren van vaardigheden zoals reflecteren, doelen stellen, plannen en monitoren.

De eerste stap in het proces van zelfregulatie is reflecteren. Bij reflecteren gaat het om twee dingen:

  1. Het begrijpen wat er in een bepaalde situatie gebeurde. Bijvoorbeeld de speler wilde nog een tegenstander passeren, verloor de bal en dat terwijl een medespeler dacht dat hij helemaal vrij stond.
  2. Het kunnen nadenken over hoe je het anders of (nog) beter had kunnen doen.

Bij mijn voetbalschool, maar ook bij de clubs waar ik training geef, mogen de deelnemers altijd tijdens wedstrijden (en tijdens duelvormen waarbij ze de aangeleerde bewegingen mogen uitproberen) zelf hun momenten bepalen. Alleen dan kunnen ze daarna aan de slag gaan met reflecteren.

Ik ben op dat moment nooit aan het coachen, maar ik begeleid de kinderen. Ze doen het dus nooit fout! Dat bevordert hun zelfvertrouwen want er is geen stressfactor aanwezig. Daardoor gaan ze steeds makkelijker hun grenzen opzoeken. Ze vinden het een uitdaging om iets nieuws aan te leren zodat ze daarna met veel meer flair gaan voetballen.

Doelen stellen, plannen en monitoren doe ik vaak wel met de deelnemers van de persoonlijke trainingen. Voor de leerlingen van de voetbalschool en spelers van de clubs doe ik dat in mindere mate en is het minder vast omlijnd.
In de groeimindset gaat men ervan uit dat vaardigheden te ontwikkelen zijn. Door veel te oefenen en te leren van fouten wordt je ergens steeds beter in. “Hoe meer ik mijn best doe, hoe beter ik zal worden. ”

 

 

 

Impliciet versus expliciet leren en differentieel leren.

Bij motorisch leren zijn er 3 fasen die elkaar opvolgen.

  1. Cognitieve fase, waarbij de nadruk ligt op de instructie en aanleren van een beweging.
  2. Associatieve fase, waarbij de nadruk ligt op verfijning van de beweging d.m.v. uitproberen en oefenen.
  3. Autonome fase, beweging vraagt minder bewuste aandacht en de aandacht kan zich richten op andere aspecten (tactiek of andere sportsituaties).

 

 De aandacht bij de eerste 2 fasen is uit traditie gericht op intern leren, dus op de manier waarop je je lichaam moet bewegen. Uit onderzoek is gebleken (en dat is ook mijn ervaring bij de voetbalschool) dat de aandacht van beginners beter bij het uiteindelijk resultaat kan liggen (bal gooien in een basket bijvoorbeeld, zonder te vertellen hoe hij dat moet doen).
Dus een externe in plaats van een interne focus. Uiteraard kan dat niet bij alle onderdelen van mijn trainingen, maar daar waar het mogelijk is zullen we de methode van externe focus van aandacht hanteren.

 

Een andere traditie is het geven van veel expliciete instructie. Als iemand een beweging moet leren ga je precies vertellen hoe hij/zij dat moet doen. Uiteraard gaat dat op een gegeven moment lukken n.a.v. deze uitgebreide uitleg.

 

Bij impliciet leren (waar ik een groot voorstander van ben) laten we de leerling het zelf uitproberen. De leerling krijgt de beweging (weliswaar iets later dan bij expliciet leren) steeds beter onder controle, maar boekt wel een stabieler resultaat. De leerling weet niet volgens welke regels hij het uitvoert “hij doet het gewoon”.

 

De voordelen van impliciet leren tegenover expliciet leren.

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat de kans op falen onder druk een stuk minder is als je een taak op een impliciete manier hebt aangeleerd. De gedachte hierachter is als volgt: doordat je geen of weinig regels over het bewegingsgedrag tot je beschikking hebt, kun je ook niet nagaan wat je fout doet. Wat telt is de uitkomst, een schaarbeweging, pass met de binnenkant van de voet etc.

Op deze manier coach ik ook bij de wedstrijden. “Doe maar wat jij denkt wat je moet doen en leer daarvan”. Ik coach dus niet, maar ben begeleider van het leerproces.

 

Differentieel leren in het voetbal

De situatie en de omstandigheden waarin de vaardigheden worden toegepast zijn continue aan verandering onderhevig. Variatie binnen een optimaal leerproces is dus essentieel om het brein te trainen in het omgaan met die veranderingen en variaties. Vroeger waren deze omstandigheden aanwezig bij het straatvoetbal, maar dat wordt steeds minder gedaan door de jeugd. Wij trainen daarom bij de voetbalschool bijvoorbeeld met verschillende soorten en maten ballen. Bij de oefenvormen bouwen we kunstmatige hindernissen in (bijv. voetballen maar dan met 2 hesjes in je handen). De leerlingen moeten in ieder geval altijd geprikkeld worden om zich aan te passen aan andere omstandigheden.

 

 

 

 

 

Foto’s

  • romanovoetbalschool3
  • romanovoetbalschool2
  • romanovoetbalschool1

Archief

Visit Us On FacebookVisit Us On TwitterVisit Us On Youtube